Voor de wetenschappelijke effectevaluatie van de geboden behandelingen worden verschillende methoden gebruikt. Het kan gaan om gerandomiseerde en gecontroleerde studies (RCT's), maar ook om single case studies (n=1's). RCT's worden wel gerelateerd aan het vaststellen van 'efficacy' (een relatie tussen de interventie en de uitkomst in ideale, gecontroleerde omstandigheden) en n=1's aan 'effectiveness' (een relatie tussen de interventie en de uitkomst in klinische, naturalistische omstandigheden).
Een n=1 studie zegt het meest wanneer het na een succesvolle RCT wordt gedaan, dus wanneer de efficacy van een methode of interventie al is vastgesteld (Ottenbacher & Hinderer, 2001). Een 'over het algemeen' werkzame behandeling blijkt dan ook effectief in duidelijk door de resultaten van de n=1's omschreven bijzondere omstandigheden. Aan de andere kant kunnen n=1's ook heel goed hypothesen genereren voor nieuw op te zetten RCT's. Wanneer een nieuwe interventie voorzichtig wordt uitgeprobeerd bij een beperkt aantal personen (bijvoorbeeld in een ongecontroleerde pilotstudie) en lijkt te werken, dan kan dat aanleiding zijn deze indruk vervolgens in een grotere groep onder gecontroleerde omstandigheden te onderzoeken.
Voor het Centrum integrale Psychiatrie zijn daarom de volgende richtlijnen ontwikkeld:
- Er wordt gewerkt met 'Routine Outcome Assessment' (ROA). Alle behandelingen worden geëvalueerd met zes korte vragenlijsten die gericht zijn op klachten, krachten, kwaliteit van leven, kosten van zorg, klanttevredenheid en keuze.
- Alle onvoldoende onderzochte interventies zijn onderwerp van wetenschappelijke effect evaluatie;
- Bij relatief nieuwe, onbekende of weinig beschreven behandelingen of behandelcombinaties wordt in principe begonnen met n=1 studies, ongecontroleerde, of baseline gecontroleerde pilotstudies met kleine groepen;
- De door deze studies gegenereerde hypothesen, kunnen daarna met een gecontroleerde studie worden getoetst;
- De controleconditie kan bestaan uit een wachtlijst, een placebo-behandeling, of een behandeling die als standaard is opgenomen in de officiële richtlijnen voor het behandelen van de betreffende stoornis;
- Bij overtuigend 'evidence based' interventies is in principe geen nieuwe gecontroleerde studie nodig. Maar op persoonlijk en contextueel niveau is het interessant om voortdurend te screenen of de interventie inderdaad het gewenste resultaat oplevert. Zodra er een indicatie is dat de gerenommeerde behandeling bij bepaalde persoonsvariabelen of omstandigheden niet werkt, kunnen n=1 studies worden gestart om te achterhalen welke factoren het onderscheid maken. Zijn daar hypothesen over te formuleren dan wordt een vergelijkende studie opgezet om deze te toetsen.

