Centrum Integrale Psychiatrie
'Onderzoek alles en behoud het goede'
Home
Centrum Integrale Psychiatrie
Patiëntenzorg
Wetenschappelijk onderzoek
Informatieverstrekking
Opleiding
Integrale Psychiatrie
CAG protocol
Mindfulness
Contact
Cliëntencommissie
Downloads
Links
Patiëntenzorg
Home » Centrum Integrale Psychiatrie » Patiëntenzorg

Patiëntenzorg wordt geboden binnen de polikliniek Integrale Psychiatrie. Hier wordt sinds 2006 ambulante geestelijke gezondheidszorg geboden aan mensen die naast reguliere behandeling, belangstelling of voorkeur hebben voor complementaire en alternatieve geneeswijzen of zingeving en spiritualiteit in de behandeling willen betrekken. De cliënten worden verwezen door huisartsen of ambulante hulpverleners van Lentis die alleen een regulier aanbod doen en door hulpverleners van andere GGZ instellingen. Ook komt het steeds vaker voor dat cliënten zich melden vanwege mond tot mond reclame.

Na aanmelding krijgt de patiënt een standaard vragenlijst(1) die onder meer gericht is op persoonlijke gegevens, leefstijl, referentiekader en levensvisie, klachten en krachten, positieve en negatieve eigenschappen, behandelgeschiedenis,kenmerken van probleemvrije perioden en behandelvoorkeur. De antwoorden op deze vragen vormen de leidraad voor de intake waar de hulpvraag wordt vertaald in een behandelplan conform de Wet op de Geneeskundige Behandel Overeenkomst.
De behandeling volgt het principe van 'stepped care'. Wanneer het toestandsbeeld van de patiënt het toelaat, wordt eerst geprobeerd het zelfhelend vermogen te optimaliseren. Dit gebeurt door oplossingsgericht werken, door het aanspreken van reeds aanwezige gezondheidsbevorderende factoren en hulpbronnen en door patiënten groepsgewijs modules 'basisgezondheid' (2) aan te bieden. Het gaat bij dit laatste om: gezond eten, bewegen en stressreductie (relaxatie en meditatie).

De tweede stap is reguliere, complementaire en/of alternatieve protocollaire (lees: procedureel gedocumenteerde) behandeling gericht op klachtreductie. Bij een vaststaande reguliere diagnose wordt altijd de behandeling aangeboden die daar volgens de geldende richtlijnen bij hoort. Daarbij blijven de principes van EBM gelden. De voorkeur van de patiënt, in combinatie met de kennis en ervaring van de therapeut kan er bijvoorbeeld toe leiden dat niet voor de meest reguliere behandeling wordt gekozen, maar voor een alternatief. Dit moet dan uiteraard wel een alternatief zijn waarvan de effectiviteit wetenschappelijk is vastgesteld. Wil een depressieve patiënt bijvoorbeeld persé geen antidepressiva of cognitieve gedragstherapie, dan is ook een goed sint-janskruid preparaat of een combinatie van visolie en hardlopen een optie. Wil een patiënt een complementaire of alternatieve behandeling waarvan de effectiviteit niet is bewezen bij de klachten die hij heeft, dan wordt daarmee alleen onder vier strikte voorwaarden akkoord gegaan (hiermee worden momenteel de eerste ervaringen opgedaan).
  • Ten eerste wordt de gewenste behandeling alleen gegeven wanneer de patiënt het combineert met een wetenschappelijk bewezen effectieve behandeling. Wanneer de voorgestelde behandeling bewezen 'niet-effectief' is, dan is deze geen optie.
  • Ten tweede kunnen patiënten die kiezen voor een combinatiebehandeling voor het alternatieve of complementaire deel van hun behandeling onder strikte criteria (tijdelijk) naar externe therapeuten worden verwezen die deel uitmaken van een netwerk waarmee de polikliniek samenwerking tot stand brengt.
  • Ten derde wordt voor deelname aan dit netwerk hoge eisen gesteld aan de CAG therapeuten wat betreft kwaliteit en professionaliteit. De criteria houden onder meer in dat de alternatief therapeut in kwestie lid moet zijn van een beroepsvereniging en volgens hun professioneel statuut werkt, een dossier voert en een duidelijke klachtenregeling hanteert.
  • Ten vierde dient de alternatief therapeut deel te nemen aan wetenschappelijk onderzoek van Lentis naar de effectiviteit van de uitgevoerde behandeling en in te stemmen met publicatie van de resultaten ongeacht de uitkomst (3).
Bij complexe problematiek, of wanneer er onvoldoende behandelresultaat is, dient nadere diagnostiek en/of verwijzing plaats te vinden. De derde stap is daarom 'super'specialistische GGZ. De patiënt wordt dan zo nodig verwezen naar een derde lijnsinstelling of een gespecialiseerde afdeling van de GGZ.

(1) Deze vragenlijst is op te vragen bij het CIP
(2) Dit aanbod is gedeeltelijk nog in ontwikkeling
(3) De volledige werkwijze is als 'CAG protocol' verkrijgbaar bij het CIP, zie ook CAG protocol
 
Centrum Integrale Psychiatrie   |   Laan Corpus den Hoorn 102/2   |   Postbus 86, 9700 AB Groningen     (050) 522 3135
disclaimer | copyright | sitemap